Beschermingsregels van artikel 185 WvW niet van toepassing op een scootmobiel.

In een uitspraak van het Hof Den Bosch op 26 september 2017 is geoordeeld dat het bijzondere aansprakelijkheidsregime van artikel 185 van de Wegen Verkeers Wet (WvW) niet van toepassing is wanneer er een ongeval plaatsvindt tussen een auto en een scootmobiel.

De beoordeling of er sprake is van aansprakelijkheid gebeurt uitsluitend aan de hand van de reguliere regels van de onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW).

Verkeersongeval op fietsersoversteekplaats

In 2014 vond er een verkeersongeval plaats op een fietsersoversteekplaats van een weg nabij een kruising. De fietsersoversteekplaats is beveiligd met verkeerslichten. Bij het ongeval kwam auto in botsing met de door eiser bestuurde scootmobiel.
De auto en de scootmobiel raken beide beschadigd en de bestuurder van de scootmobiel loopt letsel op. Hij is naar het ziekenhuis vervoerd.
De bestuurder van de scootmobiel heeft de automobilist aansprakelijk gesteld.
De aansprakelijkheidsverzekeraar van de automobilist wijst aansprakelijkheid af.
In een deelgeschil is door het de bestuurder van de scootmobiel aan de Rechtbank verzocht om te bepalen dat de bestuurder van de auto aansprakelijk is op grond van onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW) waarbij de beschermende regels van artikel 185 WvW naar analogie van toepassing zijn.

Artikel 185 WvW auto in botsing met scootmobiel

letselschade-verkeersongeluk-met-scootmobiel

Artikel 185 WvW geeft een bijzondere regel voor het geval er een ongemotoriseerde verkeersdeelnemer (voetganger of fietser) schade oploopt bij een verkeersongeval waarbij een motorrijtuig betrokken is. De eigenaar van het motorrijtuig is in beginse

 

l aansprakelijk voor de schade, tenzij sprake is van overmacht. In de praktijk wordt overmacht niet snel aangenomen.

 

Rechtbank Den Bosch scootmobiel niet beschermd als verkeersdeelnemer

De deelgeschilrechter wijst het verzoek af en oordeelt hierbij dat de regels van artikel 185 WvW niet van toepassing zijn. Daarnaast zal er voor de beoordeling of er sprake is van aansprakelijkheid op grond van artikel 6:162 BW nader bewijs moeten worden aangeleverd.

Hoger beroep: scootmobiel is zwakke verkeersdeelnemer 185 WvW

Tegen het oordeel van de deelgeschilrechter is door de bestuurder van de scootmobiel, na verkregen toestemming van de rechtbank, tussentijds hoger beroep ingesteld.
Samengevat heeft de bestuurder van de scootmobiel het volgende aangevoerd:
Hoewel een scootmobiel een motorrijtuig in de zin van de WvW is, en aan de bestuurder daarom geen beroep op artikel 185 WVW toekomt, is de bestuurder van de scootmobiel wel als zwakke verkeersdeelnemer te beschouwen en behoeft hij de bescherming die artikel 185 WVW biedt.
Ter onderbouwing van deze stelling wordt verwezen naar een uitspraak van het Hof Leeuwarden van 8 mei 2002. (ECLI:NL:GHLEE:2002:AE2690 (NJ 2003, 233)
Volgens de bestuurder van de scootmobiel heeft de automobilist onvoldoende rekening gehouden met het weggedrag van de bestuurder van de scootmobiel, die de weg waarop de automobilist reed aan het oversteken was. De automobilist had de scootmobiel kunnen zien en hij had moeten anticiperen op het oversteken door de bestuurder van de scootmobiel.
Het onvoldoende anticiperen door de automobilist in combinatie met de kwetsbare positie van de bestuurder van de scootmobiel leidt op grond van artikel 6:162 BW tot aansprakelijkheid van de automobilist, zo stelt de bestuurder van de scootmobiel.

Oordeel Hof Den Bosch

Het hof oordeelt, net zoals de rechtbank deed, dat analoge toepassing van artikel 185 WvW niet aan de orde is. Artikel 185 WvW regelt volgens de wetsgeschiedenis een bijzondere aansprakelijkheid waartoe het gebruik van motorvoertuigen kan leiden. Gelet op de definitie van motorrijtuigen (waaronder ook een scootmobiel valt) en het bepaalde in het derde lid van artikel 185 WvW heeft de wetgever dit bijzondere aansprakelijkheidsregime willen beperken tot ongevallen waarbij aan de ene kant een motorrijtuig is betrokken en aan de andere kant een fietser of voetganger. Er is dan geen plaats voor een analoge toepassing van dit artikel bij een ongeval als waarvan in deze zaak sprake is.
Overigens heeft het hof Leeuwarden, waarnaar werd verwezen door de bestuurder van de scootmobiel, dat ook niet gedaan. Wel achtte dat hof de positie van het verkeersslachtoffer in die zaak (een vijftienjarig meisje in een elektrische rolstoel) even kwetsbaar als die van een voetganger of fietser hetgeen volgens het hof Leeuwarden tot gevolg heeft dat op de automobilist ten opzichte van de bestuurder van een invalidenvoertuig eenzelfde zware zorgvuldigheidsplicht rust als ten opzichte van een voetganger of fietser.
Wat daar ook van zij, het neemt niet weg dat de eisende partij overeenkomstig de gewone regels van stelplicht en bewijsrecht moet stellen en bewijzen dat de gedaagde partij een onrechtmatige daad heeft gepleegd. In de zaak van het hof Leeuwarden stond vast dat dat het geval was.

Kortom, het hof 's Hertogenbosch oordeelt dat de beschermingsregels van artikel 185 WvW niet van toepassing zijn bij een ongeval waarbij een scootmobiel en een auto betrokken zijn. Uitsluitend de algemene regels van artikel 6:162 BW zijn van toepassing bij het oordeel of er sprake is van aansprakelijkheid. De uitspraak van de rechtbank zal worden bekrachtigd.

Vragen over letselschade door een verkeersongeluk met een scootmobiel?

Mocht u zelf een ongeval hebben meegemaakt met een scootmobiel en heeft u letsel opgelopen, dan kunt u vrijblijvend contact opnemen met onze letselschadespecialisten of letseladvocaten. Bel 0800-4455000.

Wij werken landelijk voor letselschadeslachtoffers en zijn lid van het Register Letselschade.

Door: mr. M.K. (Marit) Herngreen, letselschadespecialist regio Doetinchem en Arnhem

Schrijf een reactie


Reacties

Er zijn nog geen reacties.


Schrijf een reactie

Volg ons   LinkedIn   Twitter   Facebook