Scooterrijder heeft letselschade door fout fietser, wie is aansprakelijk?

Een scooterrijder komt ten val door een fout van een fietser. Ook artikel 185 WvW is van toepassing door middel van de reflexwerking. In dit geval kan de scooterrijder daardoor 90% van zijn letselschade verhalen. Vanwege de beschermingsregels van artikel 185 WvW kan de fietser desondanks ook 50% van zijn letselschade verhalen.

In juni 2016 heeft Rechtbank Utrecht een vonnis gewezen over een ongeval waarbij een scooterrijder ten val is gekomen doordat een fietser geen voorrang gaf en op een onverlichte fiets reed. De scooterrijder loopt letselschade op.
De rechter buigt zich over de vraag of de fietser volledig of gedeeltelijk aansprakelijk is en de schade van de scooterrijder moet vergoeden.

Toedracht van het verkeersongeluk

Op 10 augustus 2014 reed de scooterrijder op haar scooter op de Gezichtslaan, een voorrangsweg in Bilthoven. Rond 23:00 uur is zij ten val gekomen, doordat zij plotseling moest remmen om een fietser te ontwijken en een aanrijding te voorkomen. De fietser kwam vanaf de Albert Cuyplaan en reed de Gezichtslaan op waarbij hij het stopbord en de stopstreep op de Albert Cuyplaan heeft genegeerd. De fietser reed op een onverlichte fiets en het wegdek was nat.

Aansprakelijkheid fietser voor ongeval en letselschade

De scooterrijder stelt de fietser aansprakelijk op grond van artikel 6:162 BW, onrechtmatige daad en verzoekt de rechter te fietser te veroordelen tot het vergoeden van de door haar geleden schade.
Hieraan voert de scooterrijder aan dat de fietser voorrang had moeten verlenen. De fietser heeft het stopbord genegeerd en is met grote snelheid de Gezichtslaan opgereden. De fietser reed bovendien op een onverlichte fiets.
De scooterrijder voert aan plotseling hard te hebben moeten remmen als gevolg waarvan zij ten val is gekomen en haar enkel heeft gebroken. Als gevolg hiervan is zij ongeschikt geworden haar werk als Eerste Verantwoordelijke Verzorgende uit te oefenen.

Artikel 185 Wegenverkeerswet en reflexwerking

Partijen verschillen met elkaar van mening over de vraag in welke mate de fietser aansprakelijk is voor de schade die de scooterrijder heeft geleden.

De Kantonrechter stelt voorop dat voor deze situatie in principe artikel 185 Wegenverkeerswet (WvW) van toepassing. Omdat in dit geval de gemotoriseerde verkeersdeelnemer schadevergoeding vordert van de ongemotoriseerde verkeersdeelnemer, moet een en ander beoordeeld worden aan de hand van artikel 6:162 BW, de onrechtmatige daad. Hierbij geldt wel dat artikel 185 WvW zogenaamde reflexwerking heeft.
De reflexwerking van artikel 185 WvW houdt in dat bij een aanrijding tussen een gemotoriseerde verkeersdeelnemer en een ongemotoriseerde verkeerdeelnemer waarbij juist de gemotoriseerde verkeersdeelnemer de schade heeft, hij in principe zelf een deel van de schade moet dragen. Dit is ook het geval als de fietser schuld heeft aan het ongeval.
Dit is uitsluitend anders als er sprake is van overmacht aan de kant van de gemotoriseerde verkeersdeelnemer.
Deze reflexwerking is bepaald door de Hoge Raad, onder meer in het arrest van 6 februari 1987.

Schuld aan het ontstaan van het ongeluk

Het antwoord op de vraag welk gedeelte van de schade voor rekening blijft van de gemotoriseerde verkeersdeelnemer hangt af van de mate waarin beide partijen hebben bijgedragen aan het ongeval en een eventuele billijkheidscorrectie. Hieruit kan toch voortvloeien dat de gehele schade van de gemotoriseerde verkeersdeelnemer door de ongemotoriseerde verkeersdeelnemer moet worden vergoed.

Bij de reflexwerking zijn de door de Hoge Raad ontwikkelde 50%-regel en 100%-regel (bescherming fietsers en voetgangers in het verkeer) niet van toepassing. Althans niet op de schade van de gemotoriseerde verkeersdeelnemer.

Is er sprake van overmacht?

De rechter oordeelt dat er in dit geval geen sprake is van overmacht. Van overmacht is volgens vaste jurisprudentie alleen sprake als de gemotoriseerde geen enkel verwijt kan worden gemaakt. De fouten van de ongemotoriseerde moeten daarvoor zo onwaarschijnlijk zijn dat de gemotoriseerde hiermee op geen enkele wijze rekening behoefde te houden. Je moet als verkeersdeelnemer altijd rekening houden met mogelijke fouten van anderen. Er is dus niet snel sprake van overmacht.
In deze situatie is er volgens de rechter geen sprake van overmacht omdat het niet verlenen van voorrang niet zó onwaarschijnlijk is dat de scooterrijder hiermee geen rekening behoefde te houden. De scooterrijder had haar snelheid ook zodanig kunnen aanpassen dat zij op tijd stil had kunnen staan.
Ook het niet voeren van verlichting is niet zo onwaarschijnlijk dat de scooterrijder hiermee geen rekening behoefde te houden.

Verdeling aansprakelijkheid

De rechter oordeelt dat het niet verlenen van voorrang door de fietser desondanks zwaar weegt. Ook het feit dat zijn fiets niet verlicht was telt zwaar mee omdat ook dat heeft bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval.
Volgens de rechter betekent dit dat de fietser voor 90% heeft bijgedragen aan het ontstaan aan het ongeval en dus ook 90% van de schade van de scooterrijder moet betalen.

Stel: de fietser heeft ook schade, hoe zit het dan met zijn schade?
Hiervoor hebben we geconcludeerd dat de fietser 90% van de schade van de fietsongeluk_letselschade_scooter_fietser_schadevergoedingscooterrijder moet vergoeden.
Maar stel nu dat ook de fietser letselschade heeft opgelopen. Kan de fietser dan toch (een deel van) zijn schade verhalen?

Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad blijkt dat de zwakke verkeersdeelnemers (fietsers en voetgangers) moeten worden beschermd. Er is daardoor een 50%-regel en een 100% regel ontwikkeld.

Voor ongemotoriseerde verkeersdeelnemers, ouder dan 14 jaar, geldt dat zij in ieder geval 50% van hun schade kunnen verhalen als er geen sprake is van overmacht. Ook als zij zelf fouten hebben gemaakt die bijdragen aan het ontstaan van het ongeval is dat het geval. In dit geval zal de fietser dus toch 50% van zijn schade kunnen verhalen.

Heeft u zelf een ongeluk gehad en letselschade opgelopen?

Heeft u vragen over verkeersongevallen tussen gemotoriseerde en ongemotoriseerde verkeersdeelnemers, neem dan contact op met de letselschadespecialisten en advocaten van HIJINK Advocaten voor vrijblijvend advies. Wij werken landelijk, bel 0800-4455000.

Door: mr. M.K. (Marit) Herngreen, NIVRE letselschadespecialist Doetinchem

Schrijf een reactie


Reacties

Er zijn nog geen reacties.


Schrijf een reactie

Volg ons   LinkedIn   Twitter   Facebook