Voorschot op schadevergoeding na letselschade afgewezen

Een slachtoffer vorderde na een burenruzie in een kort geding van zijn buren een voorschot op de definitieve schadeuitkering.

De voorzieningenrechter (in kort geding) oordeelde echter dat er onvoldoende zicht was op het causaal (oorzakelijk) verband, aard en omvang van het letsel en de schade, en wees daarom het verzoek af. Wanneer zou een voorschot dan wel worden toegewezen?

Schadestaat en voorschot

Een schaderegeling, en met name die van letselschade, kan soms enige jaren duren. Intussen kun je als slachtoffer al zoveel schade hebben geleden dat je behoorlijk in de problemen komt als de aansprakelijke partij geen voorschot zou betalen op de ontstane schade. Om daar enigszins inzicht in te krijgen en te houden wordt tijdens de schaderegeling een schadestaat opgemaakt, een overzicht waarin de belangenbehartiger een opsomming van de geleden schade maakt, voor verschillende posten, zoals bijvoorbeeld directe materiele schade ontstaan door ongeval (kleding, schoenen en dergelijke), reiskosten voor bezoek aan artsen, verlies aan verdienvermogen (inkomsten), huishoudelijke hulp en smartengeld. Als er een groot tekort is kan worden gevraagd aan de aansprakelijke partij een voorschot onder algemene titel op de ontstane materiele schade of, als de afwikkeling nog op zich laat wachten, een voorschot op het smartengeld te betalen.

Causaal verband met gevorderde schade

Als gevraagd wordt aan de aansprakelijke partij een voorschot te betalen moet wel duidelijk zijn dat de gevorderde schade is ontstaan door de gebeurtenis waarvoor de wederpartij aansprakelijk is, men noemt dat causaal verband. Als bijvoorbeeld de kosten van huishoudelijke hulp wordt gevorderd, dan moet blijken dat de kosten zijn gemaakt omdat je als slachtoffer niet in staat bent het huishouden te voeren zoals voor het ongeval. Als voor het ongeval het huishouden altijd volledig door het slachtoffer werd gedaan, en hij of zij kan dat niet meer, dan is sprake van causaal (oorzakelijk) verband. De kosten moeten dan vergoed worden door de aansprakelijke partij. Was al sprake van hulp voor het ongeval voor bijvoorbeeld 3 uur in de week, maar is het aantal uren toegenomen door het ongeval tot 6 uur per week, dan is slechts sprake van een causaal verband voor de toename van 3 uur. De situatie met en zonder ongeval wordt dus vergeleken.

Omvang van de schade

Als een voorschot op de uiteindelijke schadeuitkering wordt gevraagd moet wel duidelijk zijn dat de geleden schade al zo groot is dat het voorschot de al gemaakte kosten dekt. Met andere woorden, je moet aantonen hoe hoog de al geleden schade is. Een voorschot vragen van € 5.000 terwijl de geleden schade € 2.000 bedraagt heeft geen kans van slagen. Uitzondering kan zijn als op korte termijn de toekomstige schade zich toch zal voordoen, bijvoorbeeld als inkomsten worden gemist door het ongeval, en het slachtoffer in de problemen zal komen als niet rekening wordt gehouden met die schade die er al direct zit aan te komen. Daarvoor is dan ook de eerder genoemde schadestaat met alle bewijsstukken van belang om inzichtelijk te maken hoe groot de schade (omvang), ontstaan door het ongeval, is.

Beoordeling voorzieningenrechter

In een vonnis in kort geding van 5 december 2016 van de rechtbank Rotterdam  oordeelde de voorzieningenrechter als volgt:

Vast staat dat op 9 februari 2014 een confrontatie heeft plaatsgevonden tussen [eiser] en [gedaagden] en dat [gedaagden] in eerste aanleg door de strafrechter zijn veroordeeld tot werkstraffen voor hun aandeel in die confrontatie. Ook staat vast dat [eiser] thans 100% arbeidsongeschikt is volgens het UWV.
Het causaal verband tussen deze twee omstandigheden staat echter, anders dan [eiser] lijkt te veronderstellen, niet zonder meer vast.
Datzelfde geldt voor de aard en de omvang van het (psychisch en/of lichamelijk) letsel en de omvang van de (overige) schade.
Ter zake al deze juridisch relevante aspecten heeft [gedaagden] verweer gevoerd, terwijl de stellingen terzake het letsel door [eiser] maar beperkt met stukken onderbouwd.
In het onderhavige geval kan daarom niet zonder meer van de juistheid van het door [eiser] gestelde worden uitgegaan.

Niet duidelijk was of het letsel en daarmee de arbeidsongeschiktheid wel was ontstaan door de burenruzie, dus of er wel sprake was van een causaal verband tussen de burenruzie en het niet kunnen werken, daarvoor waren onvoldoende stukken in de procedure overlegd, waaruit dat verband zou moeten blijken.

Wanneer wel toewijzing voorschot op de schadevergoeding?

Stel dat in het kort geding voldoende medische en andere informatie zou zijn ingebracht, waaruit bleek dat het slachtoffer direct voor de burenruzie volledig werkte, direct na de burenruzie zich onder medische behandeling had laten stellen en dat uit de informatie bleek dat het letsel alleen maar door de burenruzie was veroorzaakt, dan was voldoende aannemelijk dat er schade door de burenruzie was ontstaan. Uit het gepubliceerde vonnis blijkt niet wat er allemaal is ingebracht, maar het mag duidelijk zijn dat de eerder genoemde schadestaat met onderliggende bewijsstukken een goed hulpmiddel is om de schade aan te tonen.

Hulp bij letselschade

Heeft u letselschade opgelopen? Wilt u weten of u recht heeft op een schadevergoeding en welke schadeposten worden vergoed? Bel met onze letselschade-experts en letselschade-advocaat voor vrijblijvend advies. Bel gratis 0800-4455000.

Door: Reint Rengers, NIVRE-expert personenschade, Registerarbeidsdeskundige

Bron: ECLI:NL:RBROT:2016:10106 Rechtbank Rotterdam uitspraak 05-12-2016

Schrijf een reactie


Reacties

Er zijn nog geen reacties.


Schrijf een reactie

Volg ons   LinkedIn   Twitter   Facebook