Aansprakelijkheid werkgever voor letsel bij opeenvolgende schadeoorzaken?

Op 10 mei 2006 loopt een werknemer letsel op als gevolg van een ongeval op het werk. Hij wordt aangereden door een heftruck bestuurd door een collega. Daarbij breekt de werknemer vier tenen van zijn rechtervoet. Vaststaat dat de werkgever aansprakelijk is voor het ontstaan van het ongeval en de letselschade.

Op 28 juni hervat de werknemer zijn werkzaamheden op de heftruck. Wanneer de werknemer ’s avonds thuis komt struikelt hij over de deurmat en loopt ernstig knieletsel op.

Oorzaak letsel

De werknemer is van mening dat het knieletsel een gevolg is van het bedrijfsongeval en vindt zijn werkgever aansprakelijk. Het letsel aan zijn voet was namelijk nog niet helemaal genezen en door de werkzaamheden op de heftruck had hij meer last gekregen. Hij is hierdoor meer met zijn been gaan ‘slepen’, met als direct gevolg dat hij bij thuiskomst over de deurmat is gestruikeld.

De werkgever betwist aansprakelijk te zijn. Volgens de werkgever is het ongeval op 10 mei 2006 niet de oorzaak geweest van de val op 28 juni 2006. De werknemer was volgens de werkgever op 28 juni 2006 volledig genezen. Bovendien is het naar de mening van de werkgever, gezien de aard van de schade en het ver verwijderd causaal verband, niet redelijk om de val thuis aan de werkgever toe te rekenen.

Kantonrechter Eindhoven : Causaal verband letselschade

In deze casus staat het causaal verband tussen beide ongevallen en het letsel. Het causaal verband is vanuit juridisch oogpunt op twee momenten van belang. In eerste instantie gaat het om de vraag of het tweede ongeluk is veroorzaakt door de letsel van het arbeidsongeval (het condicio sine qua non verband). Vervolgens wordt er beoordeeld welke gevolgen aan de gebeurtenis waarvoor de aansprakelijkheid bestaat, kunnen worden toegerekend.
In de casus die hier wordt besproken, staat  dus de vraag centraal welke gevolgen aan een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is, kunnen worden toegerekend (artikel 6:98 BW).

De kantonrechter beoordeelde uiteindelijk dat de werkgever aansprakelijk is voor alle gevolgen van het arbeidsongeval van mei 2006, waaronder het letsel ontstaan door de val thuis van juni 2006. De werkgever laat het er niet bij zitten en gaat in hoger beroep bij het hof.

Hof Den Bosch: Causaal verband beide ongelukken

Volgens het hof mag op grond van de afgelegde verklaringen worden aangenomen dat de tenen van de rechtervoet op 28 juni 2006 nog niet volledig genezen waren. Ook neemt het hof aan dat het belasten van de voet door het rijden op een heftruck op 28 juni 2006  heeft bijgedragen aan meer pijn aan zijn rechtervoet. Het hof gaat er vanuit dat het voetletsel en de daarmee gepaarde pijn door de belasting van het rijden op een heftruck op zijn minst genomen mede hebben bijgedragen tot de struikel/valpartij bij de werknemer thuis.
Het hof gaat dus net als de kantonrechter uit van een oorzakelijk verband tussen de gevolgen van het bedrijfsongeval en de val over de deurmat.

Hof Den Bosch: Geen toerekening letselschade werkgever

Bij de vraag of de val over de deurmat en het daaruit voortvloeiende knieletsel kunnen worden toegerekend aan het bedrijfsongeval waarvoor de werkgever aansprakelijk is, komt het hof tot een andere conclusie dan de kantonrechter. Volgens het hof staat het knieletsel in een zeer ver verwijderd verband tot het oorspronkelijk letsel aan de voet en vloeit het niet voort uit (een noodzaak tot) behandeling van dat laatste letsel. Bovendien kon de werknemer “gewoon” lopen” en was hij ”uitbehandeld”. Het hof acht de val van de werknemer over de deurmat niet toe te rekenen aan het bedrijfsongeval en wijst in zijn arrest van 18 juni 2013 de vordering van de werknemer af. De werknemer gaat daarop in cassatie bij de Hoge Raad.

Hoge Raad

De Hoge Raad acht de overwegingen van het hof dat het knieletsel ‘in een zeer ver verwijderd verband’ staat tot het oorspronkelijke letsel aan de voet en niet voortvloeit uit ‘een (noodzaak tot) behandeling van dat laatste letsel’ onbegrijpelijk. Deze overwegingen verenigen zich namelijk niet met de overwegingen van het hof dat de tenen van de werknemer nog niet volledig waren genezen op 28 juni 2006 en dat de werkzaamheden die de werknemer weer had verricht, hebben bijgedragen aan een toename van pijnklachten. Daarnaast heeft het Hof zelf aangenomen dat een in zijn lopen gehinderde voetganger eerder onderuit zal gaan dan een voetganger met een gezond stel benen en dat mag worden aangenomen dat dat het letsel aan de rechtervoet alsmede de toegenomen pijnklachten op zijn minst hebben bijgedragen aan de struikelpartij.
Uitgaande van deze overwegingen valt niet te begrijpen waarom het bij de struikelpartij opgelopen knieletsel vervolgens dan in een te ver verwijderd verband zou staan met het oorspronkelijke letsel aan de voet waarvoor de werkgever wel aansprakelijk is.

De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor verdere afhandeling en beslissing.

Zeer waarschijnlijk zal de werkgever binnenkort ook aansprakelijk gehouden worden voor de gevolgen van de struikelpartij over de deurmat en het daarbij opgelopen ernstige knieletsel.

Deze uitspraak is in lijn met eerdere uitspraken van de Hoge Raad rond het onderwerp van de toerekening.

Hulp of advies bij letselschade

Wilt u meer weten over aansprakelijkheid bij een arbeidsongeval en letselschade, neem dan contact op met een van onze letselschadespecialisten via telefoonnummer 0800-4455000 of plaats een terugbelverzoek, dan bellen wij u.

 

Bron: Hoge Raad, 3 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2895

Schrijf een reactie


Reacties

Er zijn nog geen reacties.


Schrijf een reactie

Volg ons   LinkedIn   Twitter   Facebook