Bewijs dat slachtoffer in auto zat bij aanrijding: Een verzekerde van Allianz veroorzaakt een aanrijding. In de aangereden auto bevinden zich meerdere passagiers. De aansprakelijke verzekeraar ontkent dat de passagiers in de auto zaten. In deze procedure levert één van de passagiers bewijs dat hij in de auto zat en gewond raakte bij de aanrijding.
Uiteindelijk wijst de rechter de vordering toe. De passagier bezocht de dag na het verkeersongeval zijn huisarts. De passagier appte bovendien met zijn vriendin over het ongeluk en het bezoek aan de huisarts. Andere betrokkenen verklaren ook dat de man in de auto zat. Tot slot is van belang dat ook de aansprakelijke verzekeraar aangeeft dat er mogelijk iemand zichtbaar is op de achterbank van de auto op één van de beschikbare foto’s.


Gratis rechtsbijstand en advies bij letselschade
Procedure om vast te stellen dat slachtoffer in de auto zat
De aansprakelijke verzekeraar ontkent dat het slachtoffer passagier was in de aangereden auto. Het slachtoffer begint daarom een rechtszaak. In deze deelgeschilprocedure beantwoordt de rechter alleen de vraag of de eisende partij als passagier betrokken was bij de aanrijding:
“[eiser] vordert in deze procedure alleen voor recht te verklaren dat hij inzittende van de auto van [naam 3] was. De gestelde schade staat nu niet ter discussie.”
Passagier moet bewijs leveren van betrokkenheid bij aanrijding
De bewijslast van de betrokkenheid bij het ongeval ligt bij het slachtoffer:
“Voorop staat dat het aan [eiser] is om aan te tonen dat hij zich ten tijde van de aanrijding in de auto van [naam 3] bevond. Dat heeft hij naar het oordeel van de rechtbank overtuigend gedaan.”
Beoordeling van bewijs dat slachtoffer passagier was bij aanrijding
De rechter beoordeelt het bewijs. Het slachtoffer bezocht de dag na de aanrijding zijn huisarts. Hij geeft aan eerst te zijn gaan slapen en toen hij wakker werd met pijn zijn dokter te hebben bezocht. De rechter benoemt dat uit de informatie van de huisarts blijkt dat het slachtoffer letsel had dat past bij de aanrijding. De rechter vindt de verklaring dat het slachtoffer eerst is gaan slapen en bij wakker worden met pijn een huisarts bezocht logisch. Dat het slachtoffer niet direct zijn huisarts bezocht, maar pas de volgende dag kan dus niet in het nadeel van het slachtoffer worden uitgelegd:
“Vast staat dat [eiser] op 15 januari 2022 om 19:50 uur de huisartsenpost heeft bezocht. Daar heeft hij zijn verhaal over de aanrijding gedaan. De huisarts heeft, zoals blijkt uit zijn verslag, ook letsel geconstateerd dat bij het verhaal van [eiser] paste. Anders dan Allianz aanvoert, vormt het feit dat [eiser] pas later naar de huisartsenpost is gegaan geen aanleiding om aan zijn verhaal te twijfelen. Daarvoor bestaat een goede verklaring: hij is na de aanrijding eerst gewoon gaan slapen en heeft pas toen hij wakker werd met pijn de huisarts opgezocht.”
App bericht aan vriendin: ‘naar ziekenhuis vanwege auto-ongeluk’
Het bezoek aan de dokter en het plaatsvinden van het ongeval blijkt ook uit een Whatsapp bericht. Het slachtoffer stuurt zijn vriendin een bericht waarin hij schrijft dat hij naar het ziekenhuis gaat vanwege een auto-ongeluk:
“Dat [eiser] vanwege de aanrijding de huisartsenpost heeft bezocht vindt bevestiging in app-contact met zijn toenmalige vriendin, waarin hij – om 11:55 uur – aan haar schrijft gisteren een auto-ongeluk te hebben gehad en – om 19:42 uur – ‘nu’ naar het ziekenhuis te gaan.”

Verklaringen tegenpartij dat er maar één persoon in aangereden auto zat
De tegenpartij verklaart dat er maar één persoon in de aangereden auto zat. De passagiers en bestuurder van de auto waarin het slachtoffer zat, weerleggen deze verklaring. De verklaring van de tegenpartij is de reden dat diens verzekeraar de aansprakelijkheid afwijst. Tegenover al het andere bewijsmateriaal is deze verklaring van de tegenpartij onvoldoende om te ontkrachten dat het slachtoffer in de auto zat:
“Daartegenover staan alleen de verklaringen van [naam 1] (tegenover DEKRA en als getuige), die als veroorzaker van het ongeval niet als geheel onpartijdig kan worden beschouwd. Volgens hem zat alleen [naam 3] in de auto. Tegelijkertijd heeft hij ook verklaard dat na het ongeval (toen [naam 3] en hij hun auto’s iets verderop hadden geparkeerd) andere jongens kwamen aanlopen, waarbij hij de indruk had dat zij [naam 3] kenden. Zijn verklaring is, tegenover al het andere bewijsmateriaal dat erop wijst dat [eiser] wel degelijk inzittende van de auto van [naam 3] was, onvoldoende om dat te ontkrachten.”
Erkenning dat mogelijk iemand in de auto zit
De rechter merkt ten overvloede nog op dat de aansprakelijke verzekeraar erkent dat op beschikbare foto’s mogelijk iemand te zien is op de achterbank van de auto:
“Tot slot wordt (ten overvloede) opgemerkt dat Allianz zelf erkent dat op de eerste foto in het rapport van DEKRA inderdaad vaag iemand links achterin de auto lijkt te zitten.”
Gratis rechtsbijstand en advies bij letselschade
Bel naar 0800 44 55 000, stuur een e-mail naar info@letselschadespecialist.nl of vul het onderstaande contactformulier in.
Bron: www.rechtspraak.nl Rechtbank Amsterdam 17 september 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:9687

