Lat relatie affectieschade en shockschade

Een man overlijdt door een geweldsmisdrijf. Het overleden slachtoffer heeft een LAT-relatie. De ex-partner eist vergoeding van affectie- en shockschade. Deze vordering wordt toegewezen, maar de Hoge Raad vindt dat onvoldoende onderbouwd is waarom er sprake is van een nauwe persoonlijke relatie. Na terug verwijzing wijst het hof de shock- en affectieschade alsnog toe met een verbeterede motivering.

De vrouw toont aan dat er al meerder jaren sprake is van een nauwe relatie. De partijen wonen niet samen, maar hebben wel dagelijks contact en brengen veel tijd samen door. Daarom bestaat er ook bij deze LAT relatie recht op affectieschade. De vrouw was één van de eerste politieagenten ter plaatse en zag het zwaar verminkte lichaam van haar partner. Na deze confrontatie wordt PTSS vastgesteld. Daarmee is ook voldaan aan de vereisten voor shockschadevergoeding.

Lid van het Nationaal Keurmerk Letselschade en de branchevereniging Nederlandse Letselschade Experts

Affectieschade

Affectieschade is een vaste vergoeding voor naasten bij ernstig blijvend letsel en nabestaanden bij overlijden:

“Op grond van de sinds 1 januari 2019 in werking getreden Wet Affectieschade kunnen nabestaanden vergoeding van schade vorderen die bestaat uit het verdriet door het overlijden van een naaste, als gevolg van een strafbaar feit. In artikel 6:108 lid 4 BW en artikel 1 van het Besluit Vergoeding Affectieschade is gespecificeerd wie hiervoor in aanmerking komen. Ook staat daarin welke vaste, maximale bedragen per categorie toewijsbaar zijn. Het is een zogenoemd ‘forfaitair stelsel’. Indien een vordering niet onder een van de categorieën uit de wet valt, kan een beroep gedaan worden op de hardheidsclausule (artikel 6:108 lid 4 sub g BW), als een persoon meent toch als naaste in de zin van deze wet te moeten worden aangemerkt. In dat geval zal die benadeelde partij moeten aantonen dat sprake was van een hechte, affectieve relatie met de persoon die is overleden.”

Artikel 6:108 BW

De grondslag voor affectieschade is artikel 6:108 BW. Het artikel noemt een vaste groep van personen die recht hebben op de vergoeding en bevat daarnaast een hardheidsclausule. Naast de genoemde personen bestaat er ook recht op affectieschade bij een nauwe persoonlijke relatie:

Artikel 6:108 lid 4 sub g BW: een andere persoon die ten tijde van de gebeurtenis in een zodanige nauwe persoonlijke relatie tot de overledene staat, dat uit de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeit dat hij voor de toepassing van lid 3 als naaste wordt aangemerkt.

Wanneer is er sprake van een nauwe en persoonlijke relatie?

Artikel 6:108 lid 4 sub g BW bevat een hardheidsclausule. Ook niet specifiek genoemde personen komen in aanmerking voor affectieschade als er sprake is van een nauwe persoonlijk relatie. De rechter schets het toetsingskader:

‘Voor vergoeding van affectieschade op deze grondslag dient te kunnen worden vastgesteld dat er een zodanige nauwe persoonlijke relatie tussen de benadeelde partij en het overleden slachtoffer bestond dat uit de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeit dat de benadeelde partij voor de toepassing van artikel 6:108 lid 3 BW als naaste wordt aangemerkt. Daarbij is niet de formele maar de feitelijke verhouding tussen betrokkenen beslissend. Of sprake is van een zodanige nauwe persoonlijke relatie dient te worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval, waaronder in het bijzonder de aard, de duur en de intensiteit van de relatie.’

Bewijs van nauwe en persoonlijke relatie

De eisende partij overlegt onder andere app-verkeer tussen haar en haar ex-partner. Daarnaast wordt zij behandeld voor het verliezen van haar partner. Ook de verklaring hierover kan als bewijs dienen. De rechter oordeelt dat er voldoende bewijs is van de nauwe en persoonlijke relatie:

‘Uit de door de benadeelde partij ter onderbouwing van de vordering aangevoerde omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, maakt het hof op dat tussen haar en het slachtoffer sprake was van een zodanige nauwe persoonlijke relatie, te weten een langdurige, hechte LAT-relatie, dat uit de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeit dat de benadeelde partij voor de toepassing van artikel 6:108 lid 3 jo lid 4 sub g BW als naaste wordt aangemerkt.’

Lat relatie affectieschade en shockschade, Gerechtshof Den Haag 8 juli 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2238
De eisende partij is als politieagente geconfronteerd met het ernstig verminkte lichaam van haar partner.

Shockschade

De grondslag voor shockschade vinden we in artikel 6:106 BW. Er moet sprake zijn van het waarnemen van het strafbare feit of een directe confrontatie met de ernstige gevolgen. Daarnaast moet deze confrontatie een hevige emotionele schok veroorzaken en moet er sprake zijn van een nauwe affectieve relatie:

‘Van de in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in zijn persoon ‘op andere wijze’ kan sprake zijn als door het waarnemen van het strafbare feit of door de directe confrontatie met de ernstige gevolgen ervan, een hevige emotionele schok bij de benadeelde partij is teweeggebracht, waaruit geestelijk letsel voortvloeit, hetgeen zich met name zal kunnen voordoen indien iemand tot wie de aldus getroffene in een nauwe affectieve relatie staat, bij het tenlastegelegde is gedood of gewond is geraakt (zogenoemde ‘schokschade’).’

Shockschade en vaststellen geestelijk letsel

Voor shockschade is het belangrijk dat er sprake is van geestelijk letsel. In dit geval is PTSS vastgesteld. Een diagnose van een erkend ziektebeeld is overigens geen vereiste voor shockschade. Uit het bewijs hoeft alleen te blijken dat er sprake is van geestelijk letsel:

‘Voor de toewijzing van schadevergoeding vanwege schokschade is vereist dat het bestaan van geestelijk letsel naar objectieve maatstaven is vastgesteld. In de rechtspraak over schokschade is in dat verband steeds overwogen dat dit in het algemeen slechts het geval zal zijn indien sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld. Daarmee is beoogd tot uitdrukking te brengen dat die emotionele schok moet hebben geleid tot geestelijk letsel dat gelet op aard, duur en/of gevolgen ernstig is, en in voldoende mate objectiveerbaar. Dit brengt mee dat als de rechter op grond van een rapportage van een ter zake bevoegde en bekwame deskundige – waarbij gedacht kan worden aan een ter zake bevoegde en bekwame psychiater, huisarts of psycholoog – tot het oordeel komt dat sprake is van geestelijk letsel in de hiervoor bedoelde zin, hij tot toewijzing van schadevergoeding kan overgaan, ook als in die rapportage geen diagnose van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld wordt gesteld (zie het arrest van de Hoge Raad van 28 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:958, r.o. 3.7).‘

Bewijs shockschade

De eisende partij werkt bij de politie. Zij was één van de eerste agenten op de plek van het ongeval en zag het verminkte lichaam van haar partner. Uit medische informatie blijkt dat zij hierbij PTSS opliep. Er is sprake van een confrontatie, een nauwe affectieve relatie en geestelijk letsel. De rechter wijst de vordering daarom toe en begroot de schade op € 25.000,–.

Uitspraak strafrechter, mogelijkheden bij civiele rechter

Deze procedure ziet op de vordering van een benadeelde partij. Een benadeelde partij is een slachtoffer dat de strafrechter vraagt om de schadevergoeding vast te stellen. De rechter schat de immateriële schokschade op € 25.000.,–. Voor de rest wordt de vordering niet ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat het slachtoffer nog naar de burgerlijk rechter kan stappen als de daadwerkelijke schade hoger is dan het door de strafrechter toegewezen bedrag.

Gratis rechtsbijstand en advies

Bel naar 0800 44 55 000, stuur een e-mail naar info@letselschadespecialist.nl of vul het onderstaande contactformulier in.

    Uw naam

    Uw telefoonnummer

    Uw e-mailadres

    Bron: www.rechtspraak.nl Gerechtshof Den Haag 8 juli 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2238

    Heeft u recht op een letselschade vergoeding?

    Test het hier!

    Schrijf u in voor onze nieuwsbrief
    Doe de letselschade test nu!Letselschade test?×