Personen met problematische schulden kunnen in Nederland gebruik maken van de schuldsanering (WSNP). Ook de verplichting om een letselschadevergoeding te betalen, kan (deels)vervallen door het doorlopen van de WSNP. In deze recente procedure beoordeelt de rechter of een persoon met een schuld na een ongeval terecht is toegelaten tot de schuldsanering.
Meestal betaalt een verzekeraar de letselschadevergoeding. Maar in het geval van onverzekerde schade rust de schadevergoedingsplicht soms op een privépersoon. Een dergelijke vordering is een grote financiële strop, maar toelating tot de schuldsanering (WSNP) is niet altijd mogelijk als de schuld ziet op een letselschadevergoeding.
Hoofd gestoten tijdens boottocht
Drie vrienden drinken alcohol en besluiten vervolgens te gaan varen. De boot is niet verzekerd en de bestuurder houdt zich niet aan de maximum snelheid. Als de boot onder een brug doorvaart, staat één van de passagiers op en stoot zijn hoofd. Bij het incident raakt de passagier ernstig gewond. De bestuurder is aansprakelijk voor 75% van de schade van de passagier. De rechter bepaalt dat er sprake is van personenvervoer daarom wordt de letselschadevergoeding op grond van artikel 8:983 BW gemaximeerd tot een bepaald bedrag.


Gratis rechtsbijstand en advies bij letselschade
Geen inzicht in letselschade schuld bij WSNP aanvraag
De aansprakelijke partij betaalt maandelijks een bedrag van € 400,–. Het gerechtshof bepaalt dat de schuldenaar onvoldoende duidelijk is geweest over de aard van deze schuld en betalingsplicht. De aanvragen had bij het WSNP verzoek de stukken moeten overleggen waarin de schadevergoedingsplicht is vastgesteld en eerdere uitspraken van rechters over deze zaak:
‘In de tweede plaats is [geïntimeerde] te verwijten dat hij bij de toelating niet volledig inzage heeft gegeven in de aard van zijn schuld aan [appellant] en hoe het bedrag tot stand is gekomen.’
Geen uitzichtloze financiële situatie vanwege jarenlange betalingsplicht na ongeval
Voor de schuldsanering is ook van belang hoe de schuld ontstaat. In dit geval is de schuld het gevolg van het onverzekerd rondvaren in een boot. De schuldenaar kan dus een verwijt worden gemaakt. Bij de regeling wordt ook rekening gehouden met de beslagvrije voet. De beslagvrije voet beschermt de schuldenaar volgens de rechter voldoende tegen een uitzichtloze financiële situatie. Dat de betalingsverplichting nog zeer lang zal voortduren, maakt dit niet anders volgens de rechter:
‘Bovendien moeten de oorzaak en aard van de schuld worden meegewogen. Het gegeven dat het in de normale lijn der verwachting ligt dat onverzekerd handelen zoals hiervoor onder 2.9 beschreven tot een jarenlange betalingsverplichting kan leiden, legt daarbij veel gewicht in de schaal. Als er, zoals hier, betaalcapaciteit is, dient het uitgangspunt te zijn dat de wettelijke regeling rond de beslagvrije voet de schuldenaar voldoende bescherming biedt. […] Het gegeven dat het lang kan duren voordat de schuld geheel is betaald, rechtvaardigt naar het oordeel van hof in dit geval niet de conclusie dat er objectief bezien sprake is van een uitzichtloze financiële situatie, zoals [geïntimeerde] stelt.’
Geen problematische schulden door letselschade schuld
De rechter concludeert dat de rechtbank het verzoek tot toelating tot de WSNP had moeten afwijzen. De schuld ontstond door verwijtbaar handelen en de betalingsverplichting is niet dusdanig dat hierdoor daadwerkelijk financiële problemen ontstaan:
‘Naar het oordeel van het hof zou, indien de hiervoor bedoelde feiten en omstandigheden bij de toelating bekend waren geweest, dit reden zijn geweest het verzoek af te wijzen op de voet van artikel 288 lid 1 onder a Fw. Alle feiten en omstandigheden wegend, is er naar het oordeel van het hof onvoldoende grond om te concluderen dat [geïntimeerde] niet kan voortgaan met het betalen van zijn schuld aan [appellant] . De schuld houdt verband met blijvende letselschade die is ontstaan door ernstig verwijtbaar handelen van [geïntimeerde] . Uit niets is gebleken dat de € 400,- die tot dan toe werden betaald op basis van een tussen partijen overeengekomen betalingsregeling, [geïntimeerde] daadwerkelijk voor financiële problemen stelde.’

Maximering schadevergoeding personenvervoer en toekomstige vorderingen
In deze zaak speelt nog iets bijzonders. Op grond van artikel 8:983 BW is de schade bij personenvervoer gemaximeerd. In dit geval overstijgt de totale schade waarschijnlijk dit bedrag, daarom is de totale schade niet berekend. Schade, zoals inkomensschade, ontstaat wanneer deze wordt geleden. Omdat deze inkomensschade niet is meegenomen in de regeling doet zich hier de situatie voor waarin het slachtoffer ook na afronding van de WSNP schade kan vorderen van de aansprakelijke partij:
‘Omdat het maximum van artikel 8:983 BW na het verkrijgen van de schone lei nog lang niet zal zijn bereikt en de bepaling slechts de hoogte van de schade maximeert (maar niet het ontstaan van de schade verhindert of deze vermindert, vgl. rov. 3.13 in het arrest van dit hof van 26 juni 2018), zou dit kunnen betekenen dat [geïntimeerde] , ook na de schone lei, door [appellant] kan worden aangesproken wegens het ontstaan van nieuwe vorderingen.‘
Gratis rechtsbijstand en advies bij letselschade
Bel naar 0800 44 55 000, stuur een e-mail naar info@letselschadespecialist.nl of vul het onderstaande contactformulier in.
Bron: www.rechtspraak.nl Gerechtshof Amsterdam 13 januari 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:165

