Mag een gemeente smartengeld verrekenen met een bijstandsuitkering?

Een vrouw ontvangt na een medische fout € 65.000,– aan smartengeld. De vrouw krijgt een bijstandsuitkering (Participatiewet). De gemeente Arnhem vindt dat het smartengeld gedeeltelijk verrekend moet worden met de bijstandsuitkering. De Centrale Raad van Beroep beoordeelt of de gemeente het smartengeld mocht verrekenen met de bijstandsuitkering.

Als een bestuursorgaan besluit om rekening te houden met smartengeld bij het beoordelen van het recht op een bijstandsuitkering dan kijken we naar het bedrag dat per levensjaar beschikbaar is. De gemeente mag niet zonder meer haar beleid toepassen, maar moet per individuele situatie beoordelen of het bedrag aan smartengeld per jaar verantwoord is vanuit het oogpunt van de bijstandsuitkering.

Uiteindelijk beslist de rechter dat het bedrag van € 125,– smartengeld per maand en € 1.498,– per jaar verantwoord is. De gemeente mag het smartengeld niet verrekenen met de bijstandsuitkering.

Lid van het Nationaal Keurmerk Letselschade en de branchevereniging Nederlandse Letselschade Experts

Gemeente wil smartengeld verekennen met bijstand

Bij het vaststellen van het recht op bijstand spelen inkomen en vermogen een doorslaggevende rol. Bij het ontvangen van een letselschadevergoeding (en smartengeld) kan de vraag aan de orde komen of er sprake is van inkomen of vermogen waarmee rekening moet worden gehouden bij de bijstandsverlening. In dit geval vindt de gemeente Arnhem dat 2/3 van het smartengeld als vermogen moet worden aangemerkt.

Beleid gemeente Arnhem vrijlaten 1/3 van smartengeld

De gemeente Arnhem hanteert een beleid waarbij 1/3 van het smartengeldbedrag wordt vrijgelaten en 2/3 als vermogen wordt gezien. De rechter besluit dat de gemeente altijd een afweging moet maken van de individuele belangen en niet zomaar de standaardregel mag toepassen. De gemeente moet dus telkens een individuele afweging maken of de schadevergoeding verantwoord is uit een oogpunt van bijstandsverlening.

Wanneer is inkomen of vermogen onverantwoord vanuit het oogpunt van bijstandsverlening?

Een bijstandsuitkering (participatiewet) is een vorm van sociale zekerheid. De uitkering is bedoel voor personen die onvoldoende inkomen of vermogen hebben om in hun eigen levensonderhoud te voorzien. Als iemand een groot bedrag ineens ontvangt, beoordeelt de gemeente of dit bedrag vanuit het oogpunt van de bijstandsverlening verantwoord is.

Wanneer is smartengeld verantwoord in de bijstand?

Of het ontvangen van smartengeld verantwoord is met het oog op de bijstandsverlening beoordelen we d or het smartengeldbedrag te delen door het aantal jaren waarop het bedrag ziet. We kijken dus niet welk bedrag er totaal aan smartengeld wordt ontvangen, maar welke bedrag er per jaar beschikbaar is:

‘Uit de uitspraak van 25 april 2023 volgt verder dat voor de vraag of (een deel van) de ontvangen immateriële schadevergoeding vanuit een oogpunt van bijstandsverlening verantwoord uitgezonderd kan worden van de middelen moet worden uitgegaan van het ontvangen bedrag aan immateriële schadevergoeding gedeeld door het aantal jaren waarin een betrokkene naar verwachting te leven heeft. Dit bedrag per jaar is bepalend voor de vraag of het (geheel of gedeeltelijk) uitzonderen van de middelen van de ontvangen immateriële schadevergoeding vanuit een oogpunt van bijstandsverlening al dan niet verantwoord is.‘

verrekenen smartengeld en bijstand, inhouden smartengeld op bijstandsuitkering, is smartengeld verantwoord in de bijstand, Mag een gemeente smartengeld verrekenen met een bijstandsuitkering, Centrale Raad van Beroep 20 januari 2026, ECLI:NL:CRVB:2026:132

Smartengeld delen door het aantal levensjaren

De rechter berekent dat de vrouw € 125,– smartengeld per maand krijgt en € 1.498,– per jaar. Dit is een vergoeding voor het feit dat de vrouw de rest van haar leven de gevolgen draagt van de medische fout. Omdat het bedrag per jaar laag is en er sprake is van smartengeld had de gemeente het gehele bedrag vrij moeten laten:

‘Zij heeft een statistische eindleeftijd van 86,3 jaar. Dit betekent dat zij met het bedrag van € 65.000,- een periode van 43 jaar en ruim vijf maanden moet overbruggen. Dit komt neer op (afgerond) € 1.498,- per jaar en € 125,- per maand. De (beperkte) hoogte van dit bedrag, de aard en bijzondere bestemming van de ontvangen immateriële schadevergoeding, afgezet tegen de aan betrokkenen toegekende bijstand naar de norm voor gehuwden, maken dat het college in redelijkheid niet tot het oordeel kan komen dat de immateriële schadevergoeding in geval van betrokkenen uit het oogpunt van bijstandsverlening niet onverantwoord is. Het college had dus het gehele bedrag aan immateriële schadevergoeding moeten vrijlaten.’

Gratis rechtsbijstand en advies bij letselschade

Bel naar 0800 44 55 000, stuur een e-mail naar info@letselschadespecialist.nl of vul het onderstaande contactformulier in.

    Uw naam

    Uw telefoonnummer

    Uw e-mailadres

    Bron: www.rechtspraak.nl Centrale Raad van Beroep 20 januari 2026, ECLI:NL:CRVB:2026:132

    Heeft u recht op een letselschade vergoeding?

    Test het hier!

    Schrijf u in voor onze nieuwsbrief
    Doe de letselschade test nu!Letselschade test?×