Aanrijding snorfietser met wandelaar op donker fietspad

Een snorfietsster rijdt in het donker een donker geklede wandelaar aan. De voetganger loopt met het verkeer mee aan de zijkant van een fietspad. De voetganger overlijdt als gevolg van de aanrijding. De bestuurster van de snorfiets vraagt de rechter om vast te stellen dat zij recht heeft op vergoeding van (een deel van) haar letselschade.

De rechter wijst de vordering uiteindelijk (gedeeltelijk) toe. De (aansprakelijkheidsverzekeraar van de) wandelaar is aansprakelijk voor 20% van de schade van het verkeersongeval. De voetganger was onvoldoende zichtbaar op het donker fietspad en kon door met het verkeer mee te lopen niet anticiperen op verkeer dat van achter naderde.

Lid van het Nationaal Keurmerk Letselschade en de branchevereniging Nederlandse Letselschade Experts

Waarom blijft een deel van de schade (bijna) altijd voor rekening van de snorfietser?

Als een bestuurder van een motorvoertuig (snorfiets, motor, auto etc.) gewond raakt bij een aanrijding met een fietser of voetganger dan passen we de reflexwerking van artikel 185 WVW toe. De bestuurder van het motorvoertuig draagt een deel van de schade tenzij er sprake is van overmacht. Er is sprake van overmacht als een verkeersdeelnemer helemaal geen verwijt kan worden gemaakt. De rechter beoordeelt in deze procedure dus of de wandelaar aansprakelijk is voor alle schade omdat de snorfiets geen enkel verwijt kan worden gemaakt. Als er geen sprake is van overmacht, komt de vraag aan de orde welk deel van de schade voor rekening van welke partij komt vanwege de ernst van de gemaakte verkeersfouten:

“De reflexwerking van artikel 185 WVW houdt in dat bij een aanrijding tussen een gemotoriseerde en een ongemotoriseerde verkeersdeelnemer, waarbij schade aan de gemotoriseerde verkeersdeelnemer ontstaat, de schade, ook als de ongemotoriseerde verkeersdeelnemer schuld heeft aan de aanrijding, in beginsel voor een gedeelte voor rekening blijft van de gemotoriseerde verkeersdeelnemer. Dit is anders als sprake is van overmacht aan de zijde van de gemotoriseerde verkeersdeelnemer. Dan is de ongemotoriseerde verkeersdeelnemer aansprakelijk. Is geen sprake van overmacht, dan blijft in beginsel steeds een gedeelte van de schade van de gemotoriseerde verkeersdeelnemer voor zijn eigen rekening. Het antwoord op de vraag voor wélk gedeelte, hangt af van de causaliteitsafweging die in het kader van artikel 6:101 BW dient te worden gemaakt, waarna de in dat artikel opgenomen billijkheidscorrectie aan de orde kan komen.”

Toepassing ‘50%-regel’ bij letselschade van de bestuurder van een motorvoertuig

De reflexwerking van artikel 185 WVW houdt in dat als de bestuurder van het motorvoertuig schade lijdt door een voetganger of fietser een deel van de schade voor rekening van de bestuurder van het motorvoertuig blijft. Artikel 185 WVW bevat de zogenaamde 50%-regel. De bestuurder van een motorvoertuig betaalt minstens 50% van de schade van een voetganger of fietser. In het geval waarin de bestuurder van het motorvoertuig schade lijdt, passen we de reflexwerking toe. In dat geval geldt overigens niet dat de bestuurder van het motorvoertuig minstens 50% van de schade draagt.

Beroep op overmacht bij de reflexwerking van artikel 185 WVW

De bestuurster van de snorfiets beroept zich op overmacht. Overmacht betekent dat een verkeersdeelnemer geen enkel verwijt kan worden gemaakt. Deze situatie doet zich in de praktijk slechts zeer zelden voor. In vrijwel alle gevallen kan een bestuurder bijvoorbeeld verweten worden dat de snelheid onvoldoende is aangepast, onvoldoende rekening is gehouden met anderen of dat er onvoldoende geanticipeerd is.

Donker geklede wandelaar op een donker fietspad

De voetganger liep donker gekleed op een donker fietspad. De rechter overweegt dat de wandelaar zichtbaar moet zijn geweest door de verlichting van de snorfiets. De rechter gaat daarom niet mee in de stelling dat de voetganger helemaal niet zichtbaar was:

“[verzoekster] stelt dat [de overledene] voor haar niet zichtbaar was omdat [de overledene] donkere kleding droeg toen hij op het donkere fietspad liep. [verzoekster] beroept zich ter onderbouwing van haar standpunt op twee foto’s uit het proces-verbaal van het onderzoek ter plaatse dat de politie heeft uitgevoerd. Op deze foto’s wordt uitgebeeld in hoeverre een persoon die donkere kleding draagt zichtbaar is, op een afstand van tien en twintig meter. De rechtbank stelt vast dat de persoon die op die foto’s is afgebeeld, nauwelijks zichtbaar is. Bij het maken van deze foto’s is echter geen rekening gehouden met de verlichting van de snorfiets van [verzoekster] , die ten tijde van het ongeval aan stond. Het licht van een snorfiets is zo ontworpen dat de weg zodanig te overzien is dat (bij oplettend verkeersgedrag) op eventuele obstakels geanticipeerd kan worden. De rechtbank volgt [verzoekster] daarom niet in haar standpunt dat [de overledene] in het geheel niet zichtbaar voor haar is geweest.”

Moet je rekening houden met slecht zichtbare wandelaars?

De rechter overweegt dat snorfietsers rekening moeten houden met slecht verlichte langzamere verkeersdeelnemers op het fietspad. Daarbij is belangrijk dat er geen voetpad was ter plaatse. Voetgangers mogen als er geen voetpad is op het fietspad lopen. De bestuurster maakte dus een verkeersfout door onvoldoende rekening te houden met de aanwezigheid van de wandelaar. Er is daarom geen sprake van overmacht en de bestuurster draagt in ieder geval een deel van de schade:

“De rechtbank is verder van oordeel dat [verzoekster] bij het rijden over het fietspad rekening diende te houden met de mogelijke aanwezigheid van andere weggebruikers met een lagere snelheid, zoals fietsers of – bij gebreke van een direct naast het fietspad gelegen voetpad – voetgangers. Bovendien zullen andere weggebruikers lang niet altijd verlichting voeren, zodat [verzoekster] hier niet op mocht vertrouwen. [verzoekster] had gelet op de omstandigheden dat het donker was en dat het regende haar snelheid zodanig moeten aanpassen en zodanig moeten opletten tijdens het rijden dat zij tijdig op onverwachte obstakels (in dit geval: een voetganger die op het fietspad liep) kon anticiperen. Het is dus niet zo, dat [verzoekster] geen enkel verwijt kan worden gemaakt van de wijze waarop zij aan het verkeer heeft deelgenomen. Zij kan daarom niet met succes een beroep doen op overmacht.”

Aanrijding snorfietser met wandelaar op donker fietspad, Rechtbank Noord-Holland 5 januari 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:2391, Donker geklede wandelaar op een donker fietspad

Verdeling van de schuld tussen de betrokken bestuurders

De rechter maakt ene afweging tussen de verkeersfouten van de betrokkenen. Het rijden op een snorfiets levert gezien de snelheid altijd een groter gevaar op dan wandelen. Iemand die donker gekleed op een donker fietspad loopt, brengt vooral zichzelf in gevaar. De rechter stelt daarom vast dat de snorfiets bestuurster 85% van de schade veroorzaakte en de voetganger 15%:

“De rechtbank is van oordeel dat de fouten van [verzoekster] aanzienlijk meer hebben bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval dan de fouten van [de overledene] . Dit leidt tot de slotsom dat de fouten van [de overledene] voor 15% heeft bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval en de fouten van [verzoekster] voor 85%.”

Aanpassing vanwege oneerlijke verdeling

De bestuurster van de snorfiets is jong, raakt ernstig gewond en kan de schade niet verhalen op een verzekeraar. De rechter past daarom de verdeling van de schade aan. Na deze billijkheidscorrectie krijgt het slachtoffer een vergoeding voor 20% van de schade:

“De rechtbank ziet in wat [verzoekster] heeft aangevoerd – haar jeugdige leeftijd, de ernst van het letsel dat zij heeft opgelopen en de gevolgen voor de studie, in combinatie met het feit dat zij niet (volledig) verzekerd is voor haar schade – aanleiding om de vastgestelde causale verdeling met toepassing van de billijkheidscorrectie zodanig te corrigeren dat Unigarant gehouden is 20% van de schade van [verzoekster] te vergoeden.”

Gratis rechtsbijstand en advies bij letselschade

Bel naar 0800 44 55 000, stuur een e-mail naar info@letselschadespecialist.nl of vul het onderstaande contactformulier in.

    Uw naam

    Uw telefoonnummer

    Uw e-mailadres

    Bron: www.rechtspraak.nl Rechtbank Noord-Holland 5 januari 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:2391

    Heeft u recht op een letselschade vergoeding?

    Test het hier!

    Schrijf u in voor onze nieuwsbrief
    Doe de letselschade test nu!Letselschade test?×