De Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) publiceerde onlangs een onderzoek naar het aantal voetgangersongevallen. Het aantal voetgangers dat overlijdt bij een verkeersongeval neemt af. Opvallend is dat het aantal ouderen dat overlijdt bij een voetgangersongeval hoog is.

Het CBS stelde in 1926 vast dat een voetgangersongeval alleen een verkeersongeval is als daarbij een rijdend voertuig is betrokken. Bijvoorbeeld een verkeersongeval tussen een fietser en een voetganger. Tussen 2010 en 2019 overleden per jaar gemiddeld 59 voetgangers door een verkeersongeval. Er is dus geen sprake van een verkeersongeval als een voetgangers valt of ergens tegen aan loopt.

Het aantal voetgangers dat jaarlijks overlijdt bij een verkeersongeval daalde sinds 1999 met 62 %. De laatste jaren lijkt het aantal dodelijke slachtoffers niet verder af te nemen.

Door de grote kracht die vrijkomt bij een aanrijding van een voetganger door een auto is de kans op overlijden groot. De voetganger heeft alleen een redelijke kans om te overleven als de botssnelheid lager is dan 30 km.

Opvallend is het hoog aantal oudere slachtoffers. Een derde van de dodelijke slachtoffers is 75 jaar of ouder. De kans om betrokken te raken bij een verkeersongeval neemt toe door de afname van loopsnelheid, reactievermogen, slechter zien en afname van de beweegbaarheid van nek en schouders. Doordat ouderen kwetsbaarder zijn, neemt ook de kans op ernstig letsel toe. Mensen worden bovendien steeds ouder. De groep 75 plussers is dan ook gegroeid de afgelopen jaren.

Ook bij dodelijke fietsongevallen zijn relatief vaak ouderen betrokken. De mobiliteit van ouderen is enorm toegenomen. De bijkomende kwetsbaarheid van ouderen in het verkeer is een punt dat de komende jaren de aandacht verdient.