Aansprakelijkheid van de werkgever voor letselschade door bedrijfsongeval

De Hoge Raad deed op 14 april 2015 uitspraak over de aansprakelijkheid voor een bedrijfsongeval waarbij de werknemer letselschade opliep.

De werknemer kreeg een ongeval onder werktijd en tijdens het uitvoeren van zijn werkzaamheden. De medewerker moest huurauto's ophalen, wegbrengen en schoonmaken. Hij deed dit sinds oktober 2007 voor de werkgever. Het bedrijfsongeluk gebeurde in februari 2008 toen de medewerker toen hij de binnenkant van een bestelbusje aan het stofzuigen is. De werknemer verklaart dat hij de bestelbus had schoongemaakt en nu deze ging stofzuigen. Hij wilde achterwaarts bij het rechter voorportier uit de bestelbus en stapte op de slang van de stofzuiger. De medewerker kwam ten val en kwam met zijn rechterpols op de stoeprand en liep letsel op. Door deze letselschade raakt de werknemer arbeidsongeschikt voor zijn eigen werkzaamheden.

Werkgeversaansprakelijkheid bij letselschade

De hoofdregel is dat de werkgever aansprakelijk is voor letselschade of schade die de medewerker oploopt door een ongeval tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden onder werktijd en op de werkvloer. Dit staat beschreven in artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek.

Hierbij moet de werknemer bewijzen dat hij letselschade heeft opgelopen in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Is dat aangetoond dan is de werkgever aansprakelijk voor de letselschade behalve als de werkgever aantoont dat hij voldoende maatregelen (veiligheidsmaatregelen, kleding, schoenen enz). heeft getroffen en instructie heeft gegeven die van hem redelijkerwijs kunnen worden verlangd om ongelukken met letselschade te voorkomen. Ook valt hier ook onder voldoende onderhoud en waken voor de veiligheid van werktuigen en gereedschappen.
Ook is de werkgever niet aansprakelijk voor schade en letselschade als hij aantoont dat er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid.

Geen aansprakelijkheid Kantonrechter Utrecht

De kantonrechter bestempelt het ongeluk als een huis- tuin en keukenongeval. Gezien de alledaagse aard van de werkzaamheden kan niet van de werkgever worden verlangd dat een specifieke instructies of waarschuwing moeten worden gegeven om ongelukken met letsel te voorkomen.

De kantonrechter in Utrecht verwerpt ook het beroep op het feit dat de bestelbus die op een ongelijke bodem geparkeerd staat en extra risico met zich brengt. Naar het oordeel va de kantonrechter, niet een zodanig risico dat om die reden maatregelen had moeten treffen. De kantonrechter gaat niet op het gestelde dat het misschien mogelijk was de bestelbus binnen, in de werkplaats, schoon te maken. Ook laat de kantonrechter in het midden of op de werkgever een extra zorgplicht rustte vanwege de gestelde verstandelijke beperking van deze werknemer.

Wél aansprakelijk Hof Utrecht

De werknemer is het hier niet mee eens en gaat in hoger beroep en claimt de schadevergoeding voor letsel bij het Hof. Het Hof denkt genuanceerder dan de kantonrechter en overweegt dat de werkplek zodanig moet zijn ingericht dat deze geschikt is om de schoonmaakwerkzaamheden veilig te verrichten en hoe de werknemer door het geven van instructie dat kan doen. Dat houdt ook in dat werknemers op een gelijke ondergrond moeten kunnen werken. Als er sprake is van niveauverschil van de ondergrond, dan dient de werknemer de redelijke maatregelen te nemen en instructie twerkgever_aansprakelijkheid_letselschade_schadevere geven om te voorkomen dat de werknemer schade, letselschade lijdt (zie HR 13 juli 2007, ECLI:NL:HR:2007: BA7355).’ (rov. 4.7). Ook constateert het Hof dat in het kader van de stage van deze werknemer er aandacht is gevraagd voor zijn persoonlijkheid. Een reden te meer om deze werknemer goed te instrueren. De werkgever heeft geen of onvoldoende maatregelen getroffen en geen of onvoldoende instructie geven, dit had wel gemoeten. Het Hof oordeelt dat -gelet op de bewijslastverdeling- de werkgever niet kan aantonen dat er instructie is gegeven over hoe de bestelbus gestofzuigd behoort te worden. Dit had wel gemoeten en daarom is volgens het Hof de werkgever aansprakelijk en moet de letselschade vergoeden.

De werkgever kan zich niet vinden in de visie van het Hof en gaat in cassatie bij de Hoge Raad in Den Haag. Zonder nadere motivering verwerpt de Hoge Raad het cassatieberoep van de werkgever (artikel 81 lid 1 RO / Hoge Raad 14 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:962). De werkgever daarom aansprakelijk voor de opgelopen letselschade en zal een schadevergoeding moeten uitkeren.

Hulp bij letselschade door bedrijfsongeluk

Bent u betrokken geweest bij een bedrijfsongeval en heeft u zelf of uw werknemer letselschade opgelopen? Bel voor een vrijblijvend advies 0800-4455000

Schrijf een reactie


Reacties

Er zijn nog geen reacties.


Schrijf een reactie

Volg ons   LinkedIn   Twitter   Facebook